De beginperiode

Jean-Michel Folon werd op 1 maart 1934 in Brussel geboren. Hij was de oudste van drie kinderen. Het gezin woonde in Elsene en brengt vakanties door in Knokke. Zelf was hij geen ijverige leerling: in de klas zat hij de hele tijd te tekenen. Tijdens het middelbaar volgde hij de richting architectuur aan Sint-Lucas. In 1954 schreef hij zich in aan de École nationale supérieure des arts visuels de la Cambre, waar hij de richting ‘Industrieel design’ volgde.

Een paar maanden later, in 1955, vertrok hij al liftend naar Frankrijk. “Volgens mij heb ik me tot mijn 25ste als een idioot gedragen. Nee, tot mijn 21ste, tot de dag dat ik uit Brussel ben weggegaan. Dat was mijn eerste volwassen daad.” Hij vestigde zich in Bougival, niet ver van Parijs. Vijf jaar lang tekende hij dagelijks en werkte hij zonder veel succes als perstekenaar voor Franse en Belgische weekbladen als Pan en Moustique. Hij had amper genoeg geld om te eten.

Jean-Michel Folon enfant - Fondation Folon

De jaren 1960

Jean-Michel Folon, 1960 - Fondation Folon

In 1960 besloot Folon om – als een soort wanhoopsdaad – een paar tekeningen op te sturen naar enkele New Yorkse tijdschriften, waarvan sommige snel en enthousiast reageerden. De illustraties werden aanvankelijk gepubliceerd in Horizon, Esquire en The New Yorker, en later ook in Fortune, Atlantic Monthly en Time. Begin jaren 1960 trok Folon zelf naar New York, waar hij Saul Steinberg ontmoette. Die kunstenaar oefende in die periode een grote invloed op Folons werk uit en liet hem kennis maken met het oeuvre van Paul Klee. Dankzij het Amerikaanse succes zetten ook de Europese galerieën en tijdschriften hun deur voor Folon open. Met de Franse illustrator Roland Topor, vooral bekend om zijn absurdistische cartoons, gold hij als een van de grote grafische kunstenaars van zijn tijd. “Mijn illustraties lijken op humoristische tekeningen, maar ze zijn niet om te lachen”, beschreef hij zijn werk. Uit die tijd dateren zijn eerste affiches. Folon was een meesterlijk communicator en hij zou er tijdens zijn loopbaan meer dan zeshonderd ontwerpen.

Hij reisde dikwijls naar Italië, waar hij kennismaakte met Giorgio Soavi, schrijver en artistiek directeur van Olivetti, toen hoofdzakelijk actief als fabrikant van kantoormachines. Voor het Italiaanse concern voerde Folon verschillende opdrachten uit: affiches, tekstillustraties, tekenfilms (Le message), een kalender. In 1968 realiseerde hij een muurschildering voor het Franse paviljoen op de Triënnale van Milaan. En in 1969 kreeg hij in de Lefebre Gallery zijn eerste tentoonstelling in New York.

Tot ongeveer 1965 werkte hij uitsluitend met Oost-Indische inkt op wit papier. Colette Portal, de Franse kunstenares met wie Folon in 1961 getrouwd was, wijdde hem gaandeweg in de taal der kleur in. Hij begon te experimenteren met gekleurde inkten en waagde zich met Jacques Marquet aan de zeefdruktechniek.

Colette en Jean-Michel kregen twee kinderen: François, die in 1963 geboren werd, en in 1967 Catherine, die op vierjarige leeftijd overleed. Nadat het gezin een poos in Parijs had gewoond, installeerde het zich in 1968 in Burcy, een dorpje in de Franse Beauce-streek. De Folons namen hun intrek in een oude boerderij met een “ongeëvenaard uitzicht”, dat een grote invloed zou uitoefenen op het oeuvre van de kunstenaar en hem onder meer tot de aquareltechniek verleidde.

De jaren 1970

In 1970 ontmoette Folon Paola Ghiringhelli, die zijn tweede echtgenote zou worden. Hij hield een tentoonstelling in haar Milanese galerie Galleria del Milione. In de daaropvolgende jaren nam hij voor België deel aan twee biënnales voor hedendaagse kunst – die van Venetië in 1971 en die van São Paulo in 1973 –, waar hij de grote prijs uitgereikt kreeg. Geleidelijk aan liet hij de gekleurde inkt en het zeefdrukken varen voor het aquarelleren, een techniek waarin hij zou uitmunten. De monografische tentoonstellingen volgden elkaar op in Europa, de Verenigde Staten en Japan. Zo stelde hij onder andere tentoon in het Parijse Musée des Arts décoratifs en in het Museum voor Moderne kunst te Brussel (1972), het Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam (1976), het Deutsches Plakat Museum in Essen en het Institute of Contemporary Arts in Londen (1977). Terwijl hij voor de schrijvende pers bleef werken, illustreerde hij op vraag van verschillende Franse uitgevers een aantal literaire en poëtische teksten uit de 20ste eeuw: in 1973 La métamorphose (De gedaanteverwisseling) van Franz Kafka en La Mort d’un arbre (De dood van een boom), een tekst die hij zelf schreef en illustreerde en waarin een litho van Max Ernst werd opgenomen. In 1974 volgde Les ruines circulaires (De ronde ruines) van Jorge Luis Borges, in 1978 Alcools en Calligrammes van Guillaume Apollinaire, en Les chroniques martiennes (De kronieken van Mars) van Ray Bradbury, en tot slot in 1979 het complete oeuvre van Jacques Prévert. Hij maakte ook monumentale schilderijen voor openbare ruimtes, zoals het fresco van 165 m2 in het metrostation Montgomery in Brussel.

Folon was zijn hele leven geboeid door het bewegende beeld. In de jaren 1970 liet hij zich verleiden door de filmwereld. Hij was met name bevriend met de cineasten Federico Fellini, Yannick Bellon, Chris Marker en Alain Resnais, trad zelf een paar keer op in films en ontwierp diverse filmaffiches. Maar hij zou vooral een blijvende indruk achterlaten in het collectieve geheugen van miljoenen tv-kijkers met de begin- en eindgeneriek die hij voor de Franse televisiezender Antenne 2 maakte en die van 1976 tot 1983 dagelijks te zien was.

Lees meerSluiten
Jean-Michel et Paola Folon, 1970 - Fondation Folon

De jaren 1980

Folon begon objecten te assembleren en te transformeren, waarmee hij een eerste stap zette naar de monumentale beeldhouwkunst. Hij vestigde zich aan de Côte d’Azur, eerst in Cap-d’Ail en vanaf 1985 in Monaco, maar behield wel zijn ‘laboratorium’ in Burcy. Het maritieme vergezicht vormt een karakteristiek thema uit deze periode, net als de omstreeks 1985 aangevatte serie ‘Voyages’ (Reizen), een reeks boten die hij uit gerecycleerd hout maakte en met elkaar in harmonie bracht met een met laagje olieverf.

De reeks kende een verdere uitwerking in papieren en kartonnen collages, die opvielen door de contrasterende nieuwe materialen die hij gebruikte. Hij bleef al die tijd ook boeken illustreren. Zo maakte hij de tekeningen bij L’automne à Pékin (Herfst in Peking) van Boris Vian, bij L’inutile beauté (Nutteloze schoonheid) van Guy de Maupassant (1980) en bij Pluies de New York (Regen in New York) van Albert Camus (1984). Hij realiseerde ook de portfolio’s Lointains (Verten) uit 1986 en À propos de la Création (Over de schepping) uit de periode 1989-1990, waarin hij de thematiek van het scheppingsverhaal uit het boek Genesis actualiseerde.

Jean-Michel Folon et Milton Glaser, 1980 - Fondation Folon

Als affichemaker zette hij zich in voor een betere wereld, zowel op humanitair als op ecologisch vlak, en werkte hij met name voor Greenpeace en Unicef. In 1988 illustreerde hij De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. En een jaar later ontwierp hij de beeldidentiteit voor de tweehonderdste verjaardag van de Franse Revolutie.

In 1981 kreeg hij een aantal opdrachten voor opera- en toneeldecors, iets wat hij in de jaren 1960 al had gedaan toen hij decors maakte voor Félicien Marceau en Guy Foissy. Hij werkte mee aan producties als Le Vin herbé (De kruidige wijn) van Frank Martin en Gianni Schicchi van Puccini voor het Grand Théâtre de Genève, en L’Histoire du soldat (Geschiedenis van de soldaat) van Igor Stravinsky voor het Théâtre de la Vie in Brussel. Hij had ook vele tentoonstellingen op tal van plekken in de wereld: in het Parijse Musée de la Poste, het Musée Ingres in Montauban (1982) en in het Musée Picasso te Antibes (1984). Verder waren er de retrospectieve tentoonstellingen in Tokio, Osaka en Kamakura (Japan, 1985) en de expo’s in het Museo Correr in Venetië (1985), het Museo de Bellas Artes van Buenos Aires en de Botanique in Brussel (1987).

De jaren 1990

Aangemoedigd door zijn vriend César, bekend als ontwerper van de naar hem vernoemde Franse filmprijzen, koos Folon in de jaren 1990 vastberaden voor de beeldhouwkunst. Zijn sculpturen vallen op door hun frontale en sterk lichamelijke aspect, waarvoor hij inspiratie putte uit de primitieve kunsten (Cycladische en Etruskische kunst, Afrikaanse maskers, indianentotems). Hij stelde de werken in 1995 tentoon op de Kleine Zavel in Brussel en het jaar daarna in het kasteel van Seneffe (nabij Nijvel). Ook in zijn beelden focuste de kunstenaar in ruime mate op de mens. De werken gaven gestalte aan de thema’s die hij vroeger grafisch behandelde en hevelden zijn wereld over naar nieuwe en veeleer landschappelijke contexten: tuinen, parken, galerieën en musea. Het hoogtepunt van die aanpak bereikte Folon op het strand in Knokke, waar hij in 1997 La Mer, ce grand sculpteur (De Zee, een groot beeldhouwer) installeerde: een bronzen personage dat door de getijden tot in de eeuwigheid gepatineerd wordt.

Intussen reeg Folon de tentoonstellingen aaneen: in het Metropolitan Museum of Art in New York (1990), het Museo Marino Marini in Firenze (1990), La Pedrera in Barcelona (1993), een retrospectieve in Shizuoka, het Bunkamura-museum in Tokio en Kyoto (1995), het Musée Olympique te Lausanne (1996), het Museo Morandi in Bologna (1996) en het Elzenveld in Antwerpen (1999). Om de overgang van oud naar nieuw in 2000 te vieren maakte hij in Pietrasanta een installatie van tweeduizend handen, die elk een door hem bewonderde kunstenaar symboliseerden. Hij bleef als illustrator actief voor de Milanese uitgeverij Nuages en maakte tekeningen bij L’Homme invisible (De onzichtbare man) van H.G. Wells (1992), en de Fabels van La Fontaine (1996). In zijn gedrevenheid om nieuwe technieken te verkennen, maakte hij de ontwerpkartons voor de glas-in-loodramen van verschillende kapellen in Frankrijk, Italië en België: in Mont-Agel (1992), Burcy (1997) en Quissac (1998).

Folon wilde graag dat zijn werk op een coherente manier na zijn dood zou voortbestaan. Met die bedoeling bedacht hij een stichting van openbaar nut, die hij, op voorstel van het Waalse Gewest, onderbracht in de voormalige boerderij van het kasteel van Terhulpen, in het Regionaal Domein Solvay. Die plek had hem in zijn kindertijd bijzonder gefascineerd.

Lees meerSluiten

De jaren 2000

In 2000 werd de Fondation Folon ingehuldigd. Het decor van het museum voert de bezoekers mee door de leef- en denkwereld van de kunstenaar. In die jaren ontving Folon ook allerlei eerbewijzen, met in 2003 onder meer een aanstelling als Unicef-ambassadeur en de toekenning van de Franse Nationale orde van het Legioen van Eer.

Hij stelde op prestigieuze plekken tentoon: het kasteel van Sédières in Frankrijk (2001), het park van het Castelo de São Jorge te Lissabon (2001), het Palazzo Ducale van Lucca in Italië (2003), alsook het Palazzo Vecchio en het Forte di Belvedere in Firenze (2005), waar zijn allerlaatste retrospectieve tentoonstelling plaatsvond. In zijn nooit aflatend verlangen om bij te leren en nieuwe technieken te verkennen, begon hij in 2002 keramiek te bakken en bedacht hij een luchtballon. Hij ontwierp de decors en kostuums voor La Bohème op het Puccini-festival in het Italiaanse Torre del Lago (2003). Voorts ontwierp hij de glas-in-loodramen van de Saint-Étiennekerk in het Belgische Waha en was hij in 2005 belast met de herinrichting van de kapel van de Witte Penitenten in het Franse Saint-Paul-de-Vence.

Folon overleed op 20 oktober 2005, op 71-jarige leeftijd. Hij was al een tijdje tussen de zee en de hemel aan het varen op Over the Rainbow, een prachtig schip uit de jaren 1930 dat hij kort daarvoor opnieuw zeewaardig had gemaakt.

×

Voor musea is reserveren niet nodig.

Alleen voor intergenerationele activiteiten (rondleidingen en kunstworkshops) moet worden gereserveerd.

Laden in uitvoering ...

Tarieven

Museum

Volwassene 12€
Senior (+65 jaar) 10€
Student (-26 jaar met kaart) 5€
Jongere (-18 jaar) 5€
Kind (-6 jaar) Gratis
Gezinspakket (2 volwassenen & 3 jongeren) 30€
museumPASSmusées ; ICOM ; presse Gratis
Leraar (met kaart) 6€
Article 27 (met 1 ticket) 1,25€
Persoon met een beperking (met 1 begeleider) Gratis

Tijdelijke tentoonstelling

Volwassene 10€
Senior (+65 jaar) 9€
Student (-26 jaar met kaart) 5€
Jongere (-18 jaar) 5€
Kind (-6 jaar) Gratis
Gezinspakket (2 volwassenen & 3 jongeren) 30€
museumPASSmusées ; ICOM ; presse Gratis
Leraar (met kaart) 6€
Article 27 (met 1 ticket) 1,25€
Persoon met een beperking (met 1 begeleider) Gratis

Museum en tijdelijke tentoonstelling

Volwassene 15€
Senior (+65 jaar) 12€
Student (-26 jaar met kaart) 5€
Jongere (-18 jaar) 5€
Kind (-6 jaar) Gratis
Gezinspakket (2 volwassenen & 3 jongeren) 35€
museumPASSmusées ; ICOM ; presse Gratis
Leraar (met kaart) 6€
Article 27 (met 1 ticket) 1,25€
Persoon met een beperking (met 1 begeleider) Gratis